Er was eens…

Welkom op Robs webstek!
Rob schrijft. Stttt! Niet storen!
Luister naar het verhaal van een klein, bang jongetje. Het kan jouw verhaal worden.

Er was eens een jongetje. Een kereltje van zo’n jaar of tien. Hij wilde niet zoals zijn vriendjes profvoetballer, brandweerman of piloot worden, iets wat iedereen wilde.
Hij had een droom, een kostbare droom. "I have a dream," hoorde hij Martin Luther King zeggen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dat jongetje was geen mus die meevloog met de groep. Hij droomde van iets anders. Hij droomde ervan een arend te worden. Iemand die alleen vloog. Hoog in de lucht, in de richting die hij zelf koos. Niet om op iedereen neer te kijken, maar wel om zijn droom achterna te vliegen. De dwaas, de dagdromer.

In zijn hoofd en zijn hart wist hij dat hij ooit schrijver zou worden. Dat hij de magie van het woord tot leven kon brengen, dat hij met niets anders dan fantasie iets kon maken voor anderen. Dat hij een droom tastbaar kon maken zodat je hem in de vorm van een boek kunt vasthouden, kunt betasten, kunt ruiken. Heerlijk!

Bijna 30 jaar lang koesterde dat broekventje die droom. Geduldig wachtend op het juiste ogenblik. Tot een meisje van tien hem uitdaagde… Niet zijn liefje, maar zijn dochter, Sofie.
Plotseling blijken oude dromen dan springlevend, jong en fris. Een droom moet rijpen en wordt net als de wijn beter met liggen.

Mensen met dromen hebben geduld. In hun hoofd weten ze dat ze hun dromen ’s nachts enkel oefenen om hun dagdromen te realiseren. Oefening baart kunst.
Dromen zijn breekbaar als kristal. Broos als een kantwerkje van glas. Daarom moet je ze beschermen. Niemand helpt je in het behoud van je dromen. Geen Dreampeace of GAIA, geen dromenbescherming. Je moet je dromen zelf koesteren, zelfs je oude dromen.

Je kan ze ook delen met anderen. Als ze je begrijpen. Dan worden ze nog mooier.
Het jongetje heeft zijn droom pas met anderen gedeeld toen zijn eerste boek verscheen. Shit, het jongetje is een schrijvertje geworden. Een volwassen man. Mister Nobody, maar wel rijk.
Vindingrijk, fantasierijk en onbelangrijk. De schrijver staat in de schaduw van zijn eigen droom. Mooi zo. Een mens moet zijn plaats kennen in het leven.

Ook nu vliegt Rob niet in de richting van andere schrijvers. Ook nu probeert hij een arend te zijn. Zonder schrik voor vliegtuigen, heksen op bezems of engelen.

De schrijver droomt nog steeds, want dromen moeten in elkaar gepuzzeld worden. Zijn droom wordt steeds groter. Daarvoor heb jij een stukje van die puzzel in handen.
Hoe graag zien wij elkaar? Ga je puzzelstukje maar eens naast dat van je vriendjes of klasgenootjes leggen. De wereld heeft jouw stukje nodig. Zo kunnen we samen de wereld een stuk fleuriger kleuren. Droom jij trouwens in kleur?

Elke droom verbergt in zijn schaduw een nog mooiere droom. Wie eeuwig droomt, eindigt in schoonheid. Dromers worden gelukkig en nog niet zo’n beetje ook, dus droom maar raak!

Maak van je droom geen gouden kooi waarin je gevangen zit, maar vlieg. Vlieg hoog, de zon tegemoet. Neem de uitdaging aan.

Er was eens een meisje. Een meid van zo’n jaar of tien. Zij wilde niet zoals haar vriendinnetjes verpleegster, fotomodel of juffrouw worden. Zij had een droom…