Rob over... schrijfomstandigheden

 

Rob leeft en schrijft nogal chaotisch. In zijn vuurrode schrijversmap-je zitten allerlei briefjes met ideeën die nog wat moeten rijpen. Als het begint te borrelen, verandert zijn brein in een vulkaan met gloeiende woorden die er dringend uit willen.
De computer staat opzette-lijk in de living. Rob schrijft dus niet in afzondering en toch eigenlijk wel. Hij pent vooral 's nachts. Dan is hij alleen met zijn gedachten en buiten is dan, een paar huisheksen en een vampier met tandpijn niet te na gesproken, alles rustig.
Binnen in hem stormt het dan gewoonlijk. Een stormvloed van gedachten borrelt en pruttelt. Hij licht hier en daar een deksel op en laat de bruikbare ideeën ontsnappen naar zijn computerscherm.
Waarom zijn computer in de living staat? Zo kan hij gemakke-lijk spoken, weerwolven, griezelbeesten, elfjes en kabouters ontvangen die hem bij het schrijven altijd gezelschap houden.
De nacht is Robs vriend en bondgenoot. Als alles rustig wordt in huis, gaat de computer aan. Vanaf 22 uur tot een stuk in de nacht wordt er geschreven dat de stukken eraf vliegen.