Vuile Handen

‘Je hebt weer met je vuile handen de deur van de ijskast opengetrokken. Je vieze oliepoten staan overal!’
‘Als het hier zo zit, dan ben ik weg! Bekijk het maar!’ schreeuwde Ruud.
Hij liep de gang in.
‘Blijf, zeg ik je! Ruud, ik wil je nog wat zeggen.’
‘Ajuu! Ik ben weg.’
Kwaad gooide hij de deur achter zich dicht. Hij nam zijn fiets die tegen het schuurtje stond, sprong erop en reed er met een rotvaart vandoor.
‘Als je er dan toch vanonder muist, blijf dan voor altijd weg, stuk onbenul!’