Biografie

Baetens Rob
Abdijstraat 35 | 9190 Stekene
09/346 71 55
e-mail: rob.baetens@skynet.be
Beroep: leraar - trajectbegeleider

° 17/02/’56 te Lokeren, voor de Expo, putteke winter.
Gelukkig deed men antivries in zijn waterhoofd.
Waterman dus.

 

 

 

 

 

 

Als ex-puber beschrijf ik op een grappige en ironische manier de groeipijnen van de huidige weerspannige puberpuisten. De personages uit mijn boeken konden zo bij je in de klas zitten. Herkenbaar stoer en cool, maar tegelijk gevoelig, kwetsbaar en levensecht. Ze beleven spannende avonturen en jij ontspannende avond-uren.

Hartje winter 1956. Doordat de bliksem insloeg op één meter van zijn hoogzwangere moeder, zag Rob Baetens het levenslicht nog voor hij werd geboren. Zijn moeder sloeg terug met een elektrisch geladen suikerboon en een zoon die vonken maakt als hij schrijft. Het spettert als je een verhaal van zijn hand leest.
Als plattelandsknaap klom Rob in bomen, bouwde hij geheime kampen, wist hij alle vogels wonen, werkte hij mee op het veld.
Rob raadt iedereen aan af en toe eens goed gek te doen. Het doet geen pijn, maar het lucht toch lekker op.
Rob verdient zijn brood in het onderwijs. Het beleg lacht hij graag tussen zijn boterhammen. Op die manier smaken ze hem het best.
Mensen bewegen hem en als hij uit zichzelf beweegt, fietst, wandelt en speurt hij graag, ook met zijn neus. De natuur is hem meer dan lief.
Als leraar is hij geboeid door de moderne jongere. Soms zelfs al letterlijk aan een totempaal, met de handen op de rug gebonden.
Rob legt graag contacten met mensen die een andere taal spreken. Zo heeft hij nog iets aan de gebaren die hij maakt.
Er zijn wel eens mensen die beweren dat Rob knetter is als een open haard. Humor is in elk geval nooit ver uit de buurt, ook niet in zijn verhalen.

Hobby’s: fietsen, wandelen, snorkelen, lezen, lui zijn en met een goed boek wegdromen op een zonnig strand. En liefst allemaal tegelijk.

Rode wijn is de zon uit een fles.

Schrijven = onweerstaanbare drang. Vlagen van zinsverbijstering, gekte en schizofrenie sturen Robs handen.

"Ongeveer de helft van mijn ideeën voor boeken steunt op realiteit. De helft fantaseer ik er gewoon bij. En de derde helft zijn onbruikbare ideeën die ik voor mezelf houd. Een ideeënstroom kun je niet stoppen. Vaak zijn de gedachten uit het onderbewuste de leukste.

Ik schrijf in de living. Lekker handig als er een heks met bezempech aanbelt. Of een vampier die ik eens een interview wil afnemen.
Ruwbouwideeën noteer ik met balpen op bierviltjes, parkeertickets, losse papiertjes. De opbouw is nogal chaotisch. Als ik echt schrijf aan een boek, zit ik begraven tussen nota’s voor het computerscherm dat ik soms graag tot een prop zou knijpen.
Ik schrijf altijd ’s avonds laat en ’s nachts. Lekker stil. Perfect om je te laten omringen door trollen of vampieren. Slapen beschouwde ik als kind al als tijdverlies.
In mijn jeugd zag men kinderboeken als jeugdlectuur. Pas recent gewaagt men van jeugdliteratuur. Schrijven heeft me niet veranderd, ik was namelijk altijd al anders. Als onvervalste schelm die niet vies is van vrolijke fratsen herken ik mezelf in De Witte van Ernest Claes. Dat boek bepaalde mijn jeugd en wekte mijn niet te stillen schrijversverlangen."